Railpassie

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Seinen
Op deze pagina's willen we een overzicht en inzicht geven in de betekenis en verschillende soorten van seinen en borden ontmoet langs het spoor. Deze pagina's kwamen tot stand dankzij de medewerking van Lineas en het ter beschikking stellen van teksten en afbeeldingen uit hun reglementering (DML).
De seinen: Principes

Vaste seinen

Grote lichtseinen
  • Groot stopsein
  • Verwittigingssein

Elementaire stopseinen
  • Vereenvoudigd stopsein
  • Merkbord of merksein van de stootbok
  • Bord STOP

Kleine stopseinen
  • Klein stopsein
  • Stopbord voor kleine beweging

Bijkomende seinen
  • Seinen die bijkomende informatie over de seininrichting geven
  • Herhalingssein met lichtstreep
  • Naderingsbakens met strepen
  • Naderingsbakens met kepers
  • Borden voor verandering van vaste seininrichting
  • Merkbord van een pedaal
  • Bord vertrek voor bediening met pendelverkeer
  • Bord “Stuurpostsignalisatiesysteem” van een lijn
  • Merkbord van een baken
  • Merkbord van het begin van een ETCS-zone 1 of 2
  • Merkbord van het einde van een ETCS-zone
  • Seinen die bijkomende informatie geven over de exploitatie
  • Merkbord van een lijn
  • Aankondigingsbord van een stopplaats
  • Merkbord van een perroneinde
  • Grensbord voor opdrukbewegingen
  • Selectief sein voor aanwezigheidsmelding van een opdruklocomotief
  • Grensbord voor het aan het perron brengen van reizigerstreinen
  • Bord “GSM-R – zone” en “Einde GSM-R – zone”
  • Aanduider “Verrichtingen gedaan” (AVG)
  • Bord “Geen AVG”
  • Kilometer- en hectometerpalen
  • Aanduidingen voor het vinden van een alarmtelefoon
  • Seinen die aanvullende informatie geven over de elektrische tractie
  • Merkbord van het einde van de rijdraad
  • Aankondigingsbord van het einde van de rijdraad
  • Bord tot neerlaten van de stroomafnemers
  • Selectieve seinen tot neerlaten van de stroomafnemers
  • Bord tot oplaten van de stroomafnemers
  • Selectief sein tot oplaten van de stroomafnemers
  • Bord tot neerlaten van de tweede stroomafnemer
  • Bord “Omschakeling tractiespanning”
  • Borden tot verbreken van de stroomafname
  • Bord tot herstel van een stroomafname
  • Merkbord van een sectionering in de rijdraad
  • Seinen die bijkomende informatie geven over de besturing
  • Aankondigingsbord van een overweg
  • Merkbord van een kunstwerk
  • Borden “SF1” en SF05” voor OW-overschrijding
  • Aankondigingsbord van een daling
  • Aankondigingsbord van een einde van een HKV-M6-zone
  • Merkbord van een krokodil
  • Bord “Remproef”
  • Selectief sein “Remproef”

Snelheidsseinen
BESTENDIGE SNELHEIDSSEINEN
BESTENDIGE SNELHEIDSBORDEN
  • Bestendig aankondigingsbord
  • Bestendig oorsprongsbord
  • Bestendig refertesnelheidsbord
  • Bestendig “geel einde-zonebord met groene boord”
  • Bestendig “groen einde-zonebord met gele boord”
BESTENDIGE SELECTIEVE SNELHEIDSSEINEN
  • Bestendig selectief aankondigingssein
  • Bestendig selectief oorsprongssein
  • Bestendig selectief refertesnelheidssein
  • Bestendig selectief “geel einde-zonesein met groene boord”
  • Bestendig selectief “groen einde-zonesein met gele boord”
TIJDELIJKE SNELHEIDSSEINEN
Afzonderlijk opgesteld aandachtbord
TIJDELIJKE SNELHEIDSBORDEN
  • Tijdelijk aankondigingsbord
  • Tijdelijk oorsprongsbord
  • Tijdelijk refertesnelheidsbord
  • Tijdelijk “geel einde-zonebord met groene boord”
  • Tijdelijk “groen einde-zonebord met gele boord”
  • Tijdelijk snelheidsbord van een verwittigingssein
TIJDELIJKE SELECTIEVE SNELHEIDSSEINEN
  • Tijdelijk selectief aankondigingssein
  • Tijdelijk selectief oorsprongssein
  • Tijdelijk selectief refertesnelheidssein
  • Tijdelijk selectief “geel einde-zonebord met groene boord”
  • Tijdelijk selectief “groen einde-zonebord met gele boord”
BIJKOMENDE AANDUIDINGEN BIJ EEN BESTENDIGE EN/OF EEN TIJDELIJKE SNELHEIDSSIGNALISATIE
  • Bijkomend bord met pictogram
  • Bijkomend aandachtbord
  • Oorsprongsbord P120/G100
  • Einde-zonebord P120/G100
BEPALEN VAN DE SEINEN DIE ZICH TOT ZIJN BEWEGING RICHTEN

Links van het bereden spoor bevinden zich:
  • de vaste seinen die zich richten tot bewegingen die uitgevoerd worden volgens het normaalspoorregime, hierna “seinen op normaalspoor” genoemd;
  • de vaste seinen die zich enkel tot kleine bewegingen richten.

Rechts van het bereden spoor bevinden zich de vaste seinen die zich richten tot bewegingen die uitgevoerd worden volgens het tegenspoorregime, hierna “seinen op tegenspoor” genoemd.

De vaste seinen op seinbruggen en galgpalen bevinden zich nabij het asvlak van het spoor, naargelang het regime van de bewegingen waartoe ze zich richten echter links of rechts van dit vlak.
De merkseinen en -borden van de stootbok bevinden zich over het algemeen in de as van het betrokken spoor.
Op de grenslijnvakken zijn uitzonderingen mogelijk.
De vaste seinen op normaalspoor en de seinen die zich enkel tot kleine bewegingen richten, kunnen uitzonderlijk rechts van het spoor opgesteld zijn (op de sporen waar de gesignaliseerde snelheid maximum 40 km/h bedraagt); in dit geval zijn deze seinen uitgerust met een blauwe schijf met een witte pijl. De pijl duidt het spoor aan waartoe het sein zich richt.
De vaste seinen zijn zodanig opgesteld dat de afstand tussen opeenvolgende seinen groot genoeg is om te kunnen voldoen aan de opdracht die ze geven. De eventuele seinverwittigingsafstand is op de Schematische Seininrichtingsplans (SSP) weergegeven.


Opmerkingen:
  • De witte pijl op blauwe grond mag echter ook gebruikt worden op seinen die zich richten tot het normaalspoor, het tegenspoor en de kleine beweging, die reglementair zijn opgesteld en dit ongeacht de toegelaten snelheid. De witte pijl op blauwe grond is dan
  • bedoeld als verduidelijking.
  • Op elke SSP worden de seinen die uitzonderlijk rechts zijn opgesteld opgenomen in een lijst.
  • De seinen van het tegenspoor mogen NOOIT links worden geplaatst.

Een reglementair opgesteld vast sein kan, ter verduidelijking, uitgerust zin met één of twee blauwe schijven met een witte pijl; de (elke) pijl duidt het spoor aan waartoe het sein zich richt.
                

AANDUIDINGEN OP SEINPANELEN EN – BORDEN ANDERE DAN HET HOOFDBORD.

Als een vast sein een snelheidsaanduiding geeft, dan gebeurt dit met een getal dat de snelheid weergeeft in tientallen km/h.
Voorbeeld: “05” voor 5 km/h, “4” voor 40 km/h, “16” voor 160 km/h.
Niet in dienst zijnde seinen

Een wit kruis vóór het hoofdpaneel van een groot sein of vóór het paneel met de hoofdlichten van een vereenvoudigd of klein stopsein betekent dat het sein “in zijn geheel niet in dienst” is.


Een speciaal daartoe voorziene afscherming vóór een bijkomend seinelement van een groot sein, een vereenvoudigd stopsein of een klein stopsein (snelheidsbord, overschrijdingskroon, rode T tussen twee horizontale rode banden, …), een ander sein
(bijv. herhalingssein met lichtstrepen, …) of een bord (lijnbord, snelheidsbord, baken, …) betekent dat het betrokken bijkomend seinelement, het ander sein of het bord niet in dienst is.

We onderscheiden 2 types van beweging: GROTE BEWEGING (GB) en KLEINE BEWEGING (KB)
A. Kleine Beweging
De kleine beweging (KB) wordt gekenmerkt door de afwezigheid van een regime.
Opgelegd door het seinbeeld Rood Wit of door een overschrijdingsbevel dat deze beweging oplegt.
B. Grote Beweging
Regime van een grote beweging
De grote beweging wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een regime.
We onderscheiden regime normaalspoor (NS) en regime tegenspoor (TS).
Het groot stopsein dat de kleine beweging omvormt naar een grote beweging, legt eveneens het regime op waarmee het konvooi gaat rijden afwaarts van dit sein;
  • Het regime van de beweging kan omgevormd worden door een groot stopsein dat geopend is in grote beweging en gelijktijdig een keper vertoont op het bijkomende bovenpaneel.
- Een groot stopsein van het regime normaalspoor dat geopend is in grote beweging en dat gelijktijdig een keper vertoont, zet grote beweging regime normaalspoor om in grote beweging regime tegenspoor;
- Een groot stopsein van het regime tegenspoor dat geopend is in grote beweging en dat gelijktijdig een keper vertoont, zet grote beweging regime tegenspoor om in grote beweging regime normaalspoor.
  • Bij het overschrijden van een stopsein door middel van een overschrijdingsformulier zal dit laatste de aard van de beweging afwaarts van het te overschrijden stopsein bepalen.

Trein/Rangering
Men noemt elke rit van een konvooi waaraan een treinnummer en een dienstregeling toegekend is een trein.
Een beweging zonder nummer en dienstregeling is een rangering, haar snelheid is beperkt tot maximum 40 km/h.
Een trein of een rangeringen rijdt:
  • ofwel in grote beweging;
  • ofwel in kleine beweging, maximum snelheid 30 km/h.

Rijden met een beperking: “Rit op het Zicht”

Definitie
De Rit Op het Zicht verplicht de bestuurder te rijden aan een dusdanige snelheid zodat de verantwoordelijke bediende met zekerheid de stilstand kan verwezenlijken vóór iedere voorzienbare hinder over het spoorgedeelte dat hij vrij voor zich kan waarnemen.

Snelheid
De maximale snelheid is afhankelijk van de hierna opgegeven gedetailleerde voorwaarden en mag in geen enkel geval de hierna vermelde waarde overschrijden:
  • Algemene regel 30 Km/h:
in kleine beweging;
in grote beweging indien de maximum toegelaten snelheid van het konvooi ≥ 100 km/h is;
  • Uitzonderingen:
20 km/h:
  1. in een tunnel;
  2. In grote beweging:
  • Indien de maximum toegelaten snelheid van het konvooi lager is dan 100 km/h;
  • ‘s nachts of de zichtbaarheid bedraagt minder dan 200meter;
  • na het onregelmatig overschrijden van een permissief sein (+SF05).
5 km/h tijdens het achteruitrijden na een koppelingsbreuk.

Het rijden op het zicht is verboden op baanvakken met sterke helling (i≥18‰) indien het rempercentage lager is dan 38%. Indien nodig verklaart de bestuurder zich in nood.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu